173 PIETER CORNELIS HASSELAER
Mooie jaren heeft Hasselaer in zijn vorstelijk grachtenhuis beleefd, in den kring van zijn gezin, met zijn oudere en jonge kinderen en stiefkinderen, terwijl zijn derde echtgenote zijn huishouden en staat met toewijding en waardigheid voerde. Wel wierp het vroegtijdig overlijden van zijn jongsten zoon, Dirk Wijbrand, die op 23-jarigen leeftijd aan borstziekte overleed, opnieuw een schaduw op zijn huiselijk geluk, maar hij mocht zich oprecht verheugen in het jonge, opbloeiende leven, dat zijn woning vulde, den welstand van zijn oudere kinderen, de zonnigheid der hem toevertrouwde jeugd. Daar waren de avonden ten huize van Hasselaer, de grote zaal vol tintelend kaarsenlicht, dat een gezelschap van vrienden was genood en men luisterde naar het tokkelend snarenspel van het clave-cimbel, begeleid door viola d'amore en fluit: een berceuse, een menuet, lichte en luchtige klanken, sierlijk en gracieus als heel de sfeer van dit samenzijn, waarin de opgesmukte petit-maitres met hoofs gebaar de jongedochters ten dans leidden. Er hing zoete geur van poeder, reukwater en geparfumeerde snuif; in een ogenblik van stilte hoorde men het ritselen van een batisten zakdoekje, het knetteren van een kaars, die gesnoten moest worden.
En de genoegelijkheid der saletten, de theevisites, zomers buiten in den koepel, bij het genot van een geurig kopje, geserveerd in Chinees of Saksisch porcelein, broos en bevallig als al die dametjes en jongeheren, die er bijeen waren. Dan legde men een kaartje, voerde een luchtig, galant gesprek, terwijl het water boven de theestoof suisde en uit lange gouwenaars, waarin met een kooltje het vuur werd gehouden, de blauwe rook in vreedzame wolkjes kringelde. Een kruidig likeurtje werd er geschonken, een roemertje wijn, waarvan de jongelieden blosjes
kregen op hun wangen als perziken onder het poederdons.
#