NICOLAAS CORNELISZ. WITSEN 143
ding terug wilde grijpen naar de oudheid, ging men liever dan bij eigen voorouders, te gast bij de oude Grieken en Romeinen, die evenmin als de Hollanders van de zeventiende eeuw, tevreden bij de haardsteden rustten, maar die hun macht, invloed en cultuur uitspreidden over de ganse gekende wereld. In de oud-Romeinse staatsinstellingen, in de dichters, wijsgeren en politici vond men inspiratie voor het eigen streven naar uitbreiding der Hollandse machtssferen.
Het middel om het streven naar macht en invloed te verwezenlijken was het schip.
Holland's bestaan ware zonder koopvaardijvloot ondenkbaar; de wetenschappen, die den schipper bij zijn vaart over de zeeën moesten leiden en helpen stonden in hoog aanzien: de kaart-drukkers van Amsterdam waren beroemd; sterrekundigen werkten naarstig aan de uitbreiding van de kennis, die den schepen het vinden van de veilige vaart moesten vergemakkelijken; Nicolaas Witsen zelf behoorde tot de mannen, die eiken schipper uitvroegen naar het relaas zijner bevindingen en die de aldus verkregen gegevens verwerkten in hun beschrijvingen en tekeningen.
Maar een samenvattend werk, dat de scheepsbouw, de scheepsinrichting en de orde en regel aan boord der koopvaardijvloot, tot onderwerp had, ontbrak nog.
Nicolaas Witsen was dertig jaren oud, toen zijn boek verscheen, dat den omvangrijken titel voerde:
Aeloude en Hedendaagsche Scheepsbouw en Bestier
Waer in wytloopigh wert verhandelt, de wyze van Scheepstimmeren, by Grieken en Romeynen, Scheepsoeffeningen, Stryden, Tucht, Straffe, Wetten en Gewoonten