il6 COENRAAD VAN BEUNINGEN
onderhandelde met Naarden en legerde in deze belangrijke vesting voldoende troepen om dit knooppunt van wegen en vaarten zo lang mogelijk te kunnen houden; en met de Utrechtsen onderhandelde men over bescherming van de schansen aan den Vecht en aan de Rijnse Vaart. In 1672 stonden de Fransen in het Zuiden; in het Oosten stonden die van Münster en Keulen al in Overijssel en zij rukten onweerstaanbaar naar het Westen. Als Nijmegen den Fransen in handen viel lag Utrecht voor hen open en eenmaal in het Sticht zou de directe aanval op de Hollandse steden nog maar een zaak zijn van luttele maanden.
In de beraadslagingen omtrent de doeltreffendheid der verdediging speelde Coenraad van Beuningen een belangrijke rol, doortastend als hij was, waar het belang van zijn vaderstad op het spel stond, moedig als zijn advies steeds luidde, wanneer het ging om den Fransen invloed te keren, — en in de Novemberdagen van het jaar 1672 ging het om de angstige vraag of men Holland zou kunnen beschermen door zijn overigens gevaarlijksten vijand :het water. Reeds in Mei had men elders het water te hulp geroepen. In sommige vaarten en kanalen stond het meer dan acht duim boven zijn gewone peil, maar de grote waterwolf lag nog in zijn kooi. Amsterdam wenste zijn bezittingen, de omliggende landen en behuizingen, voor het water te sparen, zolang het kon. Coenraad van Beuningen behoorde tot de officiële raadgevers van den Prins in de zaken van de verdediging door het water en men kan zich denken, dat de beslissing hem moeilijk gevallen moet zijn, geslingerd als hij werd tussen het enge belang van de stad, dat uitstel, ja afstel van de noodlottige beslissing vroeg, en het belang van de Staten, die een doortastend oordeel vroegen.
De kansen van den oorlog werden den Fransen eiken dag gunstiger. De twaalfde November 1672 trokken de Fransen over den Rijn — nog aarzelde Amsterdam. De stad verhoogde haar
Twaalf Burgemeesters 9