il6 COENRAAD VAN BEUNINGEN
dacht af te leiden, of een betoog te plaatsen tegenover het zijne; het was alsof hij zich bedronk aan zijn eigen woorden en deze welsprekendheid boeide zijn toehoorders, om het even of zij hem sympathiek gezind waren. Hen boeide de vindingrijkheid, waarmee hij steeds weer nieuwe argumenten wist aan te dragen ten bewijze van de juistheid van zijn uitgangspunt, dat hij meestal intuïtief geformuleerd had, maar waaraan hij met grote onverzettelijkheid vasthield. Dan weer wondde hen de scherpe spot, waarmee hij degenen te lijf ging, die hem niet welgezind waren.
Zijn handschrift was vol van dezelfde wonderlijke grilligheid; dikwijls lijkt het door twee verschillende mensen geschreven, zo kan het midden in een zin van haastig nerveus tot grote beheerstheid groeien en omgekeerd. Hij was ongetwijfeld een virtuoos mens, een, die zich de eigenschap der kunstigheid zeer wel bewust was en die niet schroomde er mede te schitteren, zo dikwijls hij het nuttig achtte. Hij kon een spelenderwijs opgeworpen onhoudbare stelling overnemen en verdedigen met een vuur en met een vloed van krachtige argumenten, totdat hij zichzelf overtuigd had en de eens speels aanvaarde stelling niet meer kon scheiden van zijn eigen overtuiging. Hij was een mens, een gepassionneerde, die leefde uit zijn emoties — na perioden van ontzaglijke activiteit volgde telkens weer een periode, waarin hij als een Middeleeuwse monnik wegvluchtte uit het gewoel der wereld om in lange eenzame
afzondering te zoeken naar iets, dat hij nimmer vond: zichzelf.
#
Zes jaren is Coenraad van Beuningen secretaris van Amsterdam geweest; daarna legde hij plotseling het ambt neer en vertrok naar Rijnsburg. Een jaar lang bleef hij in de eenzaamheid; de zaken des lands en der stad interesseerden hem ogenschijnlijk niet. Alle eerzucht was naar het schijnt in hem gedoofd. Geen