van de hele wereld... dat is géén jiddisje overdrijving.
Artiesten vragen elkander: 'Heb je al in de Tip Top gestaan?' Wie met een eerlijk gezicht 'Ja' kan antwoorden, mag zich boven het gemiddelde weten.
Zegt ome Jozep:
'In mijn theater treedt alleen de elite op.'
Zegt een artiest:
'Elite? «ra-elite zal je bedoelen.'
Toegegeven, ome Jozep heeft sinds de zevende dag van zijn leven een zwakke plek in zijn hart voor Joodse artiesten. Bovendien weet hij, dat zijn geachte clientèle aan dezelfde persoonlijke voorkeur laboreert. Als een vierstemmige zanger zes weken aan één stuk, op de planken beurtelings bas, bariton, tenor en sopraan kweelt, liggen de mensen in zwijm van ontroering.
De hele stad komt luisteren.
'Die kwee verdient tweehonderd gulden per avond.'
Maar de buurt houdt ome Jozep op straat aan de revers van zijn colbert staande:
'Vertel's, is die zanger ook een Mexicaan?'
'Nee, gewoon een Italiaan, maar hij zingt toch wel prachtig.' Mexicanen... zo noemen de bewoners van de Joodse buurt zichzelf als ze onder elkaar zijn. Het is de afgeleide woordspeling van de uitdrukking: Mag-sie-kaaner... niemand houdt van ze.
Ome Jozep bezit een onfeilbaar instinct voor de smaak van zijn publiek. Als de sprekende film zijn intrede doet, ligt de hele wereld in een appelflauwte, zo mooi vindt iedereen Al Johnson in 'Sunny Boy'. Onder ons gezegd en gezwegen, de film lijdt aan een spraakgebrek, want de letters s en f zijn nog te moeilijk voor de luidspreker. Ome Jozep echter heeft soeverein maling aan de bijgochems van de filmkritiek. Hij weet, dat Al Johnson een Mexicaan is; het verhaal van de film is trouwens ook niet bepaald
92