baan begonnen. 'De kleine Caruso.' Na elke voorstelling stond zijn vader aan de uitgang; het gezin moest leven van de hand in de tand. In die bouwval lag zijn leven.
De steen heeft nog altijd een ereplaats in zijn huiskamer.
Het geeft geen pas te bidden voor een in elkaar gezakte bioscoop. Het is dwaze sentimentaliteit een klinker uit zo'n huis des wuften vermaaks te koesteren als ware het een stukje van de tempel.
Maar de Tip Top was geen gewoon theater...
Toen de bevrijding ouder was dan een week dobberden gaandeweg de mensen uit de onderduik weer naar de oppervlakte. Barend Kroonenberg, die vroeger met zijn vader de directie van de Tip Top had gevoerd, liep weer door de buurt. Een onbedreigde vrije burger. Op zekere dag werd hij aangesproken door een man.
'U bent toch meneer Kroonenberg van de Tip Top?'
'Jawel.'
'Ik heb iets voor u.'
Een foto. Toen de schouwburg door de cultuurdragers van Wodan werd leeggehaald, en het huis in elkaar zakte van schaamte, had de man tussen de rommel deze foto zien liggen. Een groep mensen, deftig in het zwart. De kiek was waarschijnlijk bij een of ander jubileum gemaakt.
Zegt de man tegen Barend:
'Ik heb de foto gered en thuis goed bewaard. Ik dacht: als de bevrijding er is, zal toch wel één van de Kroonen-bergies terug komen; dan krijgt die de foto van me.'
Vroeg Barend:
'Waarom heeft u dat gedaan?'
'Och, de Tip Top heeft zoveel voor ons gedaan. Laat ik nou's wat voor Tip Top doen.'
Hij draaide zich om en ging heen. Hij had niet eens zijn
88