De zeer populaire aria's veranderen de galerij in een geseculariseerde synagoge. De vrijwillige zanger is de cantor; de gemeente zingt de recitatieven van de proloog van Paljas.
Cantor: 'Ja״• wij zijn mensen ook...'
Gemeente: 'Van vlees en van benen...'
Of het te danken is aan de afkomst van de componist, of aan de bijzondere zangerigheid van de melodie, of misschien wel alleen aan de inhoud, maar geen fragment is voor samenzang zo gewild als de aanhef van de 'Hugenoten' van Meyerbeer.
Cantor: 'Parijzenaars, komt uit Uw huis.'
Gemeente: 'Bim bam.'
Cantor: 'Doof de lichten, maakt geen geruis.'
Gemeente:'Bim bam.'
Cantor: 'Laat klokken luiden. Klokken van het avonduur.'
Hoe groot de circusruimte van Carré, en hoe nauw de zittingen der vele, vele stoelen, aan één schouwburg heeft de buurt op zaterdagavond niet genoeg. Zij is bevangen door een geeuwhonger naar schone kunsten.
Het theater in de Franselaan. Voordat de bezoekers in de broeihete zaal worden toegelaten, moeten ze veertig jaar zwerven door een woestijn van een vestibule, waar ijskoude winden de dubbele longontstekingen per dozijn tegen inkoopsprijs aanvoeren. De zaal zelf ruikt naar de poes. Tussen de stoelen gloeit een kanjer van een salamanderkachel. De lopers op de vloer zijn van ordinaire cocos; de stoelen van het merk 'Hemaroid'. In die broeihete schuur wordt kunst geboden, de echte, de oer-oorspronkelijke kunst, de kunst, die zonder dikke dramatische allure onbestaanbaar is. Henri de Lagardere ('Hij is niet dood, hij leeft'). Lazaro de Veehoeder ('Mijn vader een moorde-
83