fascisten en communisten niet populairder op. Toen hij in november 1933 tevergeefs dong naar het voorzitterschap van de sdap-federatie Amsterdam had De Tribune onmiddellijk een boosaardige verklaring voor deze nederlaag: 'Deze man staat namelijk, wegens zijn minderwaardige schandaaljournalistiek, in de sdap aangeschreven als een rotte kool bij een groenvrouw.'
Daar was, geheel tegen de gewoonte van De Tribune in, iets van waar. Sluyser was niet gezien in de partij, althans niet bij die sdap-functionarissen die zijn ongepolijste manier van spreken en werken compromitterend vonden voor de keurige politieke partij die de sdap zo graag wilde worden. Sluysers strijd tegen fascisme en communisme, tegen Hitier en Stalin, zo vonden J. W. Albeda, W. Banning, Suze Groeneweg en W. H. Vliegen, was te weinig ethisch. Het moest fatsoenlijker, gematigder, intellectueler, meer de rapier in plaats van de botte bijl, meer de strijd van het lam tegen de leeuw in plaats van de regelrechte catch-as-catch-can.
Vrijheid, Arbeid, Brood werd in 1936 dientengevolge aan een heroriëntatie onderworpen. Het blad, zo besliste de partijleiding, zou in het vervolg tevens een propaganda-orgaan voor het Plan van de Arbeid worden. De redactie werd overgenomen door H. Vos, K. Vorrink en J. W. Rengelink. Sluyser, die Vrijheid, Arbeid, Brood eigenhandig uit de grond had getrokken, werd gepasseerd. Hij had zich te veel vijanden gemaakt. Sluyser was in feite het slachtoffer geworden van hetzelfde koudwaterbevreesde, tot capitulatie geneigde sociaal-democratische establishment, dat hem enige jaren eerder had gesteund bij zijn optreden tegen Zwertbroeks onbekookt-radicale rit over de ethergolven.
213