karpers hielden ze eerst een paar dagen vers in een emmer leidingwater. Als het beest volgens de regels geslacht was, werd het toebereid met zoetigheid en zoutigheid, tot de gefillte fisch, die de Amsterdamse Joden nauwelijks konden waarnemen, maar die waren dan ook van Polen vervreemd. In de achterkamertjes van de Manegestraat zaten grijsaards in rommelige huiskamers geleerde boeken te bestuderen. In de kamer ernaast zat een gezelschap grijsaards bij elkaar luid te bidden. Vlakbij was het Russensjoeltje, hun synagoge-van-eigen-teelt. Heinrich Heine heeft geschreven, dat dansen is: bidden met de voeten. Maar dan had hij eens de poleikum uit de Manegestraat moeten zien, wanneer die hun Schepper naderden. Ze baden met hun voeten, hun handen, hun borstspieren, hun hals en hoofd, en vooral baden ze met hun stembanden. Ze klaagden hun leed uit, ze vernederden zich, ze smeekten om genade. Zwaaiend in de wind, als cypressen, zing-zang-zongen ze de heilige melodieën. Elke dag kwamen nieuwe bewoners de propvolle Manegestraat voller maken. Familieleden, en vrienden en wildvreemden, iedereen beladen met het onmogelijke armoedige zoodje huisraad, dat landverhuizers altijd hebben meegesleept zolang de onverdraagzame wereld bestaat. Doortrekkenden op weg naar familieleden en vrienden in Amerika.
Het Veldt, zoals de Nieuwe Kerkstraat, niet officieel heette, liep tot aan de Weesperstraat. Twee rijen deftige huizen. In het huis waar ze nu accumulatoren repareren, was destijds de Portugese vleeshal. Alle vlees, dat onder rabbinaal toezicht is geslacht, is kosher, jawel, maar voor de kenners bestaat er wel degelijk verschil tussen een geslachte Hoogduitse en een geslachte Sefardische koe. In de slagerswinkels kwam een stuk standsverschil voor de dag. De armsten kochten hun vlees bij de kopslager. Een treetje
197