hij heeft twee mannen bij zich met petten op.
Zegt de bolhoed: 'Bent U juffrouw Van Bever?'
Juffrouw Van Bever moet haar handtekening zetten op een stuk papier.
Zegt de bolhoed: 'Mijn naam is Lambertus Glazenmaker, deurwaarder, en dit zijn mijn getuigen. In opdracht van Jan Hendrik van Tricht, zaakwaarnemer en rechtskundig adviseur aan de Hoogstraat 453 te dezer stede, heb ik beslag gelegd op een geldtrommeltje dat U in bewaring heeft, welk trommeltje eigendomspapieren bevat die recht geven op grondbezit in de Republiek Nicaragua.'
De deurwaarder waarschuwt dat juffrouw Van Bever dat trommeltje noch de inhoud ervan op enigerlei wijze mag vervreemden, vervoeren, een andere bewaarplaats geven of op zodanige wijze mag behandelen dat er hangende een rechtsgeding niet over de inhoud zou kunnen worden beschikt, en als hij deze deftige zinnen van stapel heeft laten lopen, komt het hierop neer dat de familie van Vlooienburg beslag laat leggen op perkamenten die er niet meer zijn.
7
Nog sneller dan indertijd het nieuws dat we een grote erfenis hebben gekregen, verspreidt zich nu de sensatie dat een onbekende dief ons weer straatarm heeft gemaakt. Het lawaai van de mensen op straat krijgt plotseling een heel andere toonhoogte, maar dat kan ook komen doordat de baas van het draaiorgel vindt dat je bij een diefstal geen muziek moet maken. Niet, dat ze bij ons thuis zitten te huilen van verdriet, integendeel, we hebben allemaal een vreemd soort van opluchting. Of opluchting is eigenlijk niet het goede woord, nee, de laatste dagen is onze belang-
176