Daarna is het een koud kunstje voor de stoep jee de visjes aan de sim te houden.
Bij de drempel van de winkeldeur houdt zijn officiële taak op. De bedienden binnen moeten voor de rest van de transactie zorgen. Behalve wanneer de klanten inderdaad kennissen van de stoepjee zijn, die bijzonderlijk door hem geholpen willen worden. Wie een stuk textiel moet kopen, gebruikt daarbij graag de bijstand van een meiwe, een deskundige, een kenner, een man, die het verschil kan ruiken tussen zuivere wol en eerste kwaliteit suikerzakken-ratiné. Maar geen adviseur kan in de schaduw staan van de stoepjee, wanneer die een goede kennis heeft beloofd, dat hijzelf in hoogsteigen persoon bij de koop zal assisteren.
Zegt de stoepjee met uitgestreken tronie tegen de winkelbediende:
'Dit zijn speciale goeie vrinden van me. Vindt U het goed, dat ik er bij blijf?'
Het is nog nooit geweigerd.
Laat de bediende costuumpjes zien. Vader en moeder kijken elke keer met verstolen blik naar hun vriend de stoepjee. Die schudt onmerkbaar met zijn hoofd. Nee. Hij zegt niets. Dat weten vader en moeder te waarderen. Tenslotte is hij bij de winkel in dienst. Hij kan niet openlijk zeggen, dat al die mooi-uitziende costuums eigenlijk vodden zijn, merk Kriejeline. Als hij eindelijk zijn mond opendoet, zegt hij aarzelend:
'Heb je boven op magazijn niet dat Barmitzwahpak hangen voor de neef van de baas? Je weet wel, dat jongetje, dat op het laatste ogenblik zo erg nodig een maatpak moest hebben? Een maatpak moest meneer hebben. Het zat 'm als een gonjezak om 't lijf.'
Zegt de bediende aarzelend:
'Ja... maar ik weet niet of ik dat mag verkopen.'
123