beetje bedremmeld en onwennig keek hij Matje aan.
—■ Ka naar huis, zei die weer. Onthou wat ik u ke-segd. Kij hebt bekrepen?
— Ik geloof het wel, meneer.
— Koed. En dompel u niet weer in die neerslachtigheid, die noodlottig is ook voor uw stem. Ka. U wacht een toekomst!
De man ging. Bij de deur draaide hij zich om: — Ik bedank u wel, meneer. U weet niet wat u aan mij gedaan hebt!
—■ Ik weet.
— Verrek, zei Huib, toen de deur dicht was. Die Matje is een reuzenkerel. En een acteur van formaat.
—■ Wat hij nu gezegd heeft, meent hij volkomen, antwoordde Johan. Eigenlijk is dat juist het wonderlijke: hij meent vrijwel altijd wat hij zegt. Alleen zoals ik je al es zei: Hij zegt het morgen heel anders en daarom liegt ie!
— Wat die zanger te weinig heeft, heeft Matje teveel, geloof ik, meende Huib.
— Zoiets is het. Dat geloof ik ook, ja!
Toen schoof hij de deur open en samen gingen zij de kamer binnen waar Mattheus Onno aan de tafel zat met tranen in zijn ogen.
— Doe me een lol, blafte Johan. En toen lachten ze alle drie.
— Ik word nou eenmaal door dat soort dingen gepakt, zei Matje sentimenteel. Van mens to mens, Johan: het grijpt me aan. Ik weet toch zelf hoe het is. Ik zie het in mijn eigen leven en bij bepaalde dingen is het, als ik die man beluister, alsof ik mezelf hoor. Ik ben nou eenmaal in een kast opgegroeid en na een tijdje weet je al heel precies, als je de meiden ziet, wie er van nature hoort en wie niet. Die kerel van zoeven heeft de mentaliteit van een prostitué, die de pest heeft aan het vuil, maar die er nooit uitkomt, omdat ze de opstandigheid niet kent. Hier moet het zitten! Hier!
Wild sloeg Mattheus zich op de borst, maar het