boren kalf van mijn melkboer. Je merkt het: ze plukt overal de franje dadelijk af en wat ze oveïhoudt, daar is hij nog niet gelukkig mee.
Johan keek door het gat en hij voelde het duidelijk: Matje zat nog te zoeken naar wat de vrouw gaarne wilde horen.
Plotseling scheen hij het gevonden te hebben. Hij hief zijn hoofd op en keek de vrouw aan: — Ik zie, zei hij langzaam. Hij is niet zo. Hij ziet de jaren, die zijn gegaan voorbij en hij wil inhalen! Hij weet hij was te laat voor zijn broer en nu wil hij zijn voor u en uw kinderen wat hij had zullen zijn voor uw man. Kij bekrijp?
Ze knikte en bleef roerloos zitten. Toen zuchtte ze diep.
— Nebbisj! Wat kunnen we terugroepen? Misschien is ’t goed zo, zeggen ze tegen me. Ze weten toch geen van allen wat ik verloren heb? Daarvoor is ie voor de moffen getippeld door de hele oorlog en van adres naar adres gedoken. Hij mocht toch niet met de tram! Daar het ie krom voor gelegen van de honger en de kou. Om vlak nadat alles voorbij was, dood te gaan! En dan moet je dat zoodje zien nu!
Fel keek ze Matje aan.
— Weet u, dat de N.S.B.-ers weer vooroplopen hier? vroeg ze. Weet u, dat er een ministeriële beschikking is, dat, als er een huis vrijkomt van zo’n boef, dat die N.S.B.-er dan voorrang heeft? Lieve God, in ons huis komen ze ook. Zo gauw ik met mijn kinderen mijn hielen gelicht heb, mag dat wijf van die N.S.B.-er er weer in. En d’r meubels krijgt ze ook terug! Hoe bestaat het? Dat noemen ze de barmhartigheid! Ze zijn nogal barmhartig geweest voor ons!
Ze keek Matje weer aan en scheen zich plotseling te realiseren, dat hij misschien toch niet alles begreep.
Ze haalde haar schouders op.
—■ Mesjogge ben ik! Zit ik te kletsen! Weet u veel, wat er gebeurt hier!