weet het wel. Ik ben niets waard, niets, niets, niets! Maar ik laat je toch niet gaan!! Je komt er niet uit, als je dat maar weet!
Plotseling begon ze schokkend te huilen en Johan ging naar haar toe. Hij legde zijn arm om haar heen en leidde haar naar de divan. Ze huilde nog zacht door en legde toen haar hoofd op zijn schouder.
—■ Ik kon het niet helpen, Han. Ik heb het werkelijk niet zo bedoeld. Maar ik was zo bang, dat je zou weggaan en toen wist ik het niet meer.
Hij dacht even na en haalde toen zijn schouders weer op.
— Eerlijk gezegd weet ik het ook niet meer.
Plotseling begon ze hem fel te zoenen.
—■ Je mag niet weggaan. Nooit! Nooit! Nooit!
—■ Ik ga niet weg. Ik geloof niet eens, dat ik het zou kunnen.
De volgende morgen ging hij naar de krant en deed er zijn werk. Hij was alleen maar zeer slecht gehumeurd en had een bonzende hoofdpijn......