terde eerst voorschot los en lijmde ze lekker voor en achter en opzij. Ik vertelde ze ook, dat ik nu niet meer naar Den Haag kon komen, want dat ik niet moest opvallen vanwege mijn relatie met ze. Dat begrepen ze en we spraken af, dat ik een code-telegram zou zenden als ik de foto’s had en de papieren. Dan zou een van hen naar Amsterdam komen om de spulletjes in ontvangst te nemen. Ik werkte als een referendaris op het Departement van Justitie d.w.z. ik deed alsof ik wat deed en ik deed niks. Toen — na een week of drie —• zond ik mijn code-telegram en ik liet één van hen naar Amsterdam komen. Naar de Zuidelijke Wandelweg, een moord-punt voor zoiets. Hij kwam ook en ik had een pracht van een loden koker bij me. De kleine geelvink was eerst een pietsie wantrouwend, maar ik had mijn beste gezicht en de mensenliefde droop eraf.
— Van mens tot mens, knikte Johan, maar Matje viel kwaad uit: Da’s gemene laster. Dat is voor jou als ik de waarheid spreek!
— Zo waarlijk, knikte Johan en Mattheus lachte.
— Goed, zei hij. Ik heb toen die spleetoog voor vijfhonderd gulden gelijk oversteken, een loden koker met krantenknipsels in zijn gele vingertjes gedrukt en ik voelde me lekker als een zuigeling, die net de moederborst heeft gezogen. Ik wou maar zeggen: als ik dat toen verteld had, had ik het hoofd van een bevriende natie opgelicht, ’t Was trouwens geen oplichting, want het was verkoop van op de plaats geleverde waren en de gele kon alleen zeggen, dat hij foto-tjes van militaire inrichtingen in dit lieve landje had moeten hebben, wat hij dan ook nooit gedaan heeft. Maar als ik het nou vertelde, zou de overheid zich rot lachen en zou ik misschien een lintje krijgen voor het voorschot van de schadevergoeding, dat ik met mijn vooruitziende blik van toen al op de spleetogen genomen heb en toen was ik er vast de doos voor ingegaan. Zodat ik maar zeggen wil, dat die Einstein zo gek nog niet is met zijn theorie!