297.
Heschel (1959, ch. 43, p, 422), Idem, ch. 42, p. 419.
Yad, ShemiUh ve-Yobel 13:12-13. Aangehaald in Heschel ( 1 959, ch. 42, p. 419). Lev, 19:2
Lev,, hoofdstuk 19.
Zie II. 2.2, noten 14 en 15.
De boeken, die onder de naam Das dialogische Prinzip (Buber, 1962) in één band zijn uitgegeven, wijzen hier zelfs in hun titels al op: Ich und Du, Zwiesprache, Die Frage an den Einzelnen, Elemente des Zwischenmenschlichen. Zie ook 111.4,2, noot 25. Gen. 2:16-17.
Vgl. Greenberg (1969, p. 20). Deut. 11: 26-28. Deut. 30:19.
ARN2 (Goldin, 1967, ch. 2, p. 20). Vgl. ook M. Avot 6 (Kinyan Torah)
: 2 ; 1 . . . Read not haruth (graven) but heruth (freedom), for thou
findest no freeman excepting him that occupies himself in the study
2
of the Law', (vertaling van H. Danby, opgenomen in ARN , Goldin, 1967, p. 248). Zie ook TB Er. 54a en Tanh. , tissa 16. Zie ook III. 2. 2, noot 181.
TB Er, 13b (Abrahams, Urbach, 1975, ch. 10, p. 252). Zie ook Gen. R. 8:3-5 en TB Sanh. 38b.
M. Avot 3:15 (vertaling van H. Danby, opgenomen in ARN2, Goldin 1967, p. 239). Zie ook TB Ber. 33b en TB Nid. 16b en Yad, hilkhot teshuvah, 5:5.
Zie bijv. Jacobs (1973, ch. 5, pp. 77-80). Zie ook Bernfeld (1922), Erster Teil, Kapitel 4: Willensfreiheit.
'Die Doppelnatur des Menschen, als des Wesens, das sowohl von "unten" hervorgebracht als von "oben" entsandt ist, bedingt die Zwei-heit seiner Grundbeschaffenheiten'., Buber ( 1953a),hoofdstuk 'Gott und der Menschengeist', S. 151. Zie ook Heschel (1975), ch. 10: Sacred Image of Man.
Vgl. Greenberg (1969, pp. 21-24). Zie ook Gen. R. 8:11 en 14:3, In tijden van vervolgingen kwamen vormen van ascese vaker voor dan in vreedzame tijden. Zie Greenberg (1969, p. 21). Vgl. bijv, Ps. 103:14 en Gen. 2:8,