289.
54 Vgl. deel 1, par. 1. 2, Guide, Talmud Torah 3:3 en par. 3. 7, de noten 68 t/m 71.
55 Zie Silverstein, Luzzatto (1966, hfdst. 5, pp. 64-65) en Gen. R. , Petichta Eega Rabatti 2. Zie ook TJ Hag. 1:7 en Lev. R. 35:2.
56 'Aimer la Thora plus que Dieu' (Levinas, 1963, p. 176), Nederlandse vertaling in Nobel, Peperzak (1975, hofdst. 5). Zie ook Heschel (1959, ch. 32, pp. 329-330).
57 Zie deel 1, par. 1. 3, vraag 8.
58 Zie Tosefta *.
59 Vgl. EJ, vol. 14, trefwoord: Sages, paragrafen 'General Knowledge' en 'The Influence of Non-Jewish Cultures'. Zie ook Lieberman
(1 950 en 1965) en Safrai (1978).
60 Bevan, Singer (1953).
61 Uit een brief, die de historicus H. Graetz (l8l7-189l) op 1 februari 1877 aan Marx schreef, blijkt dat Marx geen of nauwelijks Hebreeuws kende en zich voor de joodse geschiedenis niet erg interesseerde. De brief is te vinden in het artikel 'New Perspectives on Marx as a Jew' van Prinz (1970).
62 Novak (1977, p. 84) in een boekbespreking, waarin hij het socialisme, zoals het in praktijk gebracht wordt, becritiseert.
63 Freud schreef dit in het voorwoord van de hebreeuwse vertaling van zijn Totem und Tabu.
64 Zie bijvoorbeeld Bakan (1958) en Grollman (1965).
65 Vgl. noot 59.
66 Himmelfarb (1974, p. 70).
67 Zie deel 1, par. 2. 3
68 Zie Yeshivah *.
69 Samuel (1971, p. 38). Ik vond dit citaat in Goldman ( 1975, ch. 14, pp. 261-262).
70 Dit citaat is afkomstig uit het artikel over A.I. Kook in EJ, vol. 10, kolom 1185. Zie ook 'Die Erneuerung der Heiligkeit' (Buber, 1963a, S.448-455).
Hoofdstuk 1.2, deel 2f pp.90-106.
1 Ex. R. 41:6. Zie Heschel (1959, ch. 29, p. 302). Zie ook TB Git. 60b en TJ Pe'ah 2:6 en TJ Sanh. 4:2.
2 Albo tl5e eeuw). Sefer ha-lKkarim, 3:23. Zie EJ, vol. 3, trefwoord: Authority, Rabbinical, kolom 907. Zie ook EJ, trefwoord: Herme-