219.
III. 2. 1 Het leerdoel: een gaaf mens worden.
In de joodse traditie zijn alle leerdoelen, die de permanente leerling zich kan stellen, ondergeschikt aan slechts één leerdoel. De permanente leerling leert niet om een beroep, ook niet dat van rabbijn, te kunnen uitoefenen of om macht of gezag te verkrijgen, maar om zichzelf en zijn gedrag te verbeteren - en daarmee de wereld. Hij leert met andere woorden met het doel om een gaaf mens te worden. Tot deze conclusie komt althans de historicus Simha Asaf (1889-1953) na een uitgebreide literatuurstudie:
'One single aim and one only did our people have for the education of their children, namely to make them whole Jews', ^ en een 'whole Jew' is dan een gaaf mens volgens het traditionele joodse mensbeeld,
'knowing the Torah, fearing God, observing the commandments, and inculcating them with such a love of God that when called upon they would
readily give up their lives for the sanctification 2
of God's name'.
Abraham Isaac Kook (1865-1935), de eerste (aschkenasische) opperrabbijn van het moderne Israël, zegt iets dergelijks in andere bewoordingen:
'The goal of Jewish education is to qualify man for his predestined role to lead the good and upright life ',
en hij merkt nog op dat dit jonge kinderen al geleerd moet worden en dat dit leerdoel steeds de belangrijkste onderwijsdoelstelling is: ' . . . it becomes necessary to dedicate oneself to fixed programs of Jewish learning. This process ((het opvoeden van de leerling tot een gaaf mens)) must begin with earliest childhood when the child attends the Talmud Torah ((lagere school)) ... . The preparation of man for the making of a living and for the battles of life are regarded among Jews as a secondary goal of Jewish education and not a
4
primary one'.