noçmen van enige publikaties die relevant zijn voor. de Nederlandse leerhuizen en hun inspiratiebronnen:
— M. Boer tien: Het joodse leerhuis (van 200 voor tot 200 na Christus), Kampen, 1974.
— Praktische Theologie, jg,. 2, 1975, afl. 2. The manu mm e r over ' z oie t s al s ee n le e rhuis ,'.
— Jaaroverzicht Kolel Chacham Zwi 1976/77, Gerrit van der Veen-straat 26, Amsterdam. Dit Amsterdamse 'Kolel' heeft een 'afdeling voor de full-time bestudering van de Talmoed door personen, die reeds een rabbinale graad bezitten' (zie jaaroverzicht).
— H. van Praag: Samen lernen. In; Pr ana, nr. 14, winter 1978/79, pp. 76-78.
— M. Wolff:Gedachten over het Leerhuis. In; Wending, jg. 34, nr. 6, juni 1979, pp.362-368.
Tot zover de rechtvaardiging van het uitgebreid: citeren van voorbeelden. Hoewel de hedendaagse lezer van deze voorbeelden met lang. niet alles zal kunnen instemmen, spreekt uit de voorbeelden toch ontegenzeggelijk een grootse conceptie van PL en van de planning ervan in het eigen leven van de permanente leerling.
Leren is niet iets, dat zomaar vanzelf gaat. Leren kost moeite en vraagt offers en voor permanent leren geldt dit nog sterker: 'Befasse dich mit der Tora, selbst in der Stunde des Sterbens. (...). Die Worte der
Tora bleiben nur dem erhalten, der sich
.. 155
für sie toten las st . ... '.
Daarom moet. de permanente leerling zijn dagelijkse leven zo inrichten (plannen), dat er gelegenheid tot leren is. Pas wanneer het leren tot een vaste, dagelijkse gewoonte geworden is, hoeft het voor de leerling, waar dit voor geldt, niet meer gepland te worden. John Dewey schreef eens;
'It is the essence of routine to insist upon its own continuation» Breach of. it is a violation of right. Deviation from it is transgression'. Op een gegeven moment zal de permanente leerling, misschien wel tot zijn eigen verbazing, merken dat hij in zijn leven het dagelijkse leren niet meer kan missen* Hetis.de combinatie van permanentie en leren, de steeds terugkerende inspanning die nodig is om tot nieuw