zag die ik, en niet weinigen van ons, te goed ken.
Door het vertalen van het verhaal over Simson en Delila begreep ik iets over mijn leven, en door dat begrip veranderde mijn leven van richting.
Eenzelfde ervaring werd veroorzaakt door de zinnen uit Genesis hoofdstuk 49:1-28. Daarin wordt verteld hoe Jakob op zijn sterfbed zijn zonen zegent. Voor elk van hen heeft hij een specifieke formulering, die hen zowel karakteriseert als vertelt wat hun rol in het leven zal zijn en hoe het ze daarbij zal vergaan. Ook bij het vertalen van deze verzen was de confrontatie met mijn eigen leven onontkoombaar. ‘Wat heeft mijn vader eigenlijk tegen mij gezegd op zijn sterfbed?’ was de vraag die ik me noodgedwongen stelde. Dagenlang was ik overstuur toen ik mij mijn vaders woorden op dat cruciale moment herinnerde.
Nog steeds is het effect van die confrontatie niet uitgewoed in mij. Genesis 49 haalde een gesprek terug dat ik liever blijvend had verdrongen, maar dat blijkbaar niet bedoeld was blijvend te worden verdrongen. Ook het bezig zijn met dit verhaal heeft mijn leven veranderd.
Op welke manier helpt de Schrift mensen een weg te vinden in het leven? De gebruikelijke connotatie van ‘een weg vinden in het leven’ is ‘de goede weg vinden’, maar het psy-chotransformatieve effect van Tanach, zoals ik dat noem, heeft weinig met die connotatie van doen. Wie Tanach leest, in het Hebreeuws (ik weet zeker dat Tanach een heel ander effect heeft in vertaling dan in de oorspronkelijke taal waarin hij werd geschreven), verandert daar psychisch door: de psyche transformeert. De psyche, de essentie, het wezen van de mens die zich door Tanach laat raken, krijgt een opdonder, waardoor de blikrichting verschuift en daarmee de weg die men in het leven aflegt. Een weg die