pelijk Werk, dat in het gat is gesprongen met het organiseren van joodse cafés, matzebrunches, koffieochtenden en wat dies meer zij. Ik verwacht nog iets meer van de joodse basisbeweging, zoals die tot uitdrukking komt in belangengroepen zoals Sjalhomo (de organisatie van joodse homo s en lesbiennes), Blanes (de joodse socialisten), buitensyna-gogale joodse groepen die zich met spiritualiteit bezighouden en dergelijke.
Maar het gebrek aan mensen dat door de Sjoa is ontstaan, kan niet ongedaan gemaakt worden. Als één mens wordt vermoord is dat afgrijselijk, maar de cultuur gaat door. Tien, twintig mensen die worden vermoord: afgrijselijk, maar de cultuur, het volk, gaat door. Bij een massamoord gaat veel meer verloren. Daarom is het onjuist van Dasberg om de Sjoa in de geschiedenis van de pogroms te plaatsen. Er is veel meer vernietigd dan de mensen, en wat minstens zo belangrijk is: er is niet en er kan niet ontstaan wat normaliter zonder de Sjoa zou zijn ontstaan. Door de moord op de mensen en door het gebrek aan mensen dat daar het gevolg van is. Veel van wat zich in joods Nederland afspeelt, en veel van de problematiek van de joden die in de hulpverlening terechtkomen moet, denk ik, in die context worden geplaatst. De worsteling met die realiteit is in Nederland nog lang niet ten einde.