In de Gerard Doustraatsjoel kun je het goed zien. Ondanks de jonge mannen die er komen, dankt de synagoge zijn charme toch vooral aan de oude mannen, de lieve, stokoude mannen. Redderende mannen die met hun baby, de Tora, in de weer zijn. Vanachter de mechitsa - het door joodse feministen gehate, door mij geliefde hekwerk voor het vrouwenbalkon - kun je ze goed bezig zien. Officieel heet het dat de vrouwen op het vrouwenbalkon aan de blikken van de mannen worden onttrokken, in werkelijkheid is het precies andersom. Zij, de mannen, moeten gevrijwaard blijven van onze blikken, hoe meer wij kletsen met elkaar en de dienst de dienst laten, hoe intiemer zij kunnen zijn met elkaar en hun baby, hun kind. Bij het aankleden is dat duidelijker dan bij het uitkleden van de Tora. Het uitkleden gaat snel en efficiënt, in minder dan geen tijd ligt de Tora-rol, ontdaan van kronen, mantel en wikkel op de bima, de commode. Bijna zakelijk wordt gezocht naar het stuk dat moet worden gelezen uit de Torarol. Maar als het voorlezen uit de Vijf Boeken Mozes klaar is:, verandert de zakelijkheid, er vindt een omslag plaats. Eerst nog wordt de Torarol triomfantelijk omhooggehouden, onder het zeggen van de begeleidende woorden - ‘Dit is de Tora, die Mosjé omhooghield voor de kinderen Israëls, (komend) uit de Mond van God, (neergeschreven) door de hand van Mosjé’ - maar