allemaal een andere achtergrond hebt, en andere belangstellingen, en andere leeftijden. Dus uiteindelijk kun je toch niet zoveel met elkaar. Dat bedoel ik met de lege sociale ruimte. Dertigduizend joden lijkt wel veel, maar die dertigduizend is samengesteld uit allemaal mensen die ergens anders vandaan komen. Voor de joodse individuen waaruit de zogenaamde gemeenschap is opgebouwd, zijn er te weinig verschillende joodse subgroepen om in te leven en de subgroepen die er zijn, zijn te klein om adem te kunnen halen op een normale manier. Dus: je vindt je weg naar de joodse cultuur en wat dan? Ik ben succesvol, ik heb heel veel sociale contacten, en toch ervaar ik heel vaak mijn leven in Nederland, joods gezien, als een leven in een woestijn.
En dat is ook wat ik om me heen zie. Een eerste generatie die zich zeer manmoedig weert m een situatie waarin ik zeker geestelijk ten onder zou zijn gegaan; een tweede generatie die met getraumatiseerde ouders en een opvoeding voor een bedreigde toekomst klaar moet zien te komen; en beide functioneren, zij het op een verschillende manier, in een sociaal vacuüm dat zich ook nog aan het blikveld onttrekt. Want je moet moeite doen om je de historisch gegroeide situatie voor te kunnen stellen. Je moet moeite doen om je te realiseren dat ondanks het enorme aantal mensen om je heen, er toch een groep is, een sfeer, een context die je mist, zonder dat daar iets voor in de plaats is gekomen of kan komen. Want tegelijkertijd wordt er in de joods-religieuze wereld een achterhoedegevecht geleverd door rabbijnen en de joodse gemeenten, die de greep op de joodse bevolking meer en meer verliezen, mede doordat ze in de eigen kring steeds fundamentalistischer worden. Slechts twintig tot vijfentwintig procent is georganiseerd in kerkgenootschappen en van de kerkgenootschappen verwacht ik ook daarom niet veel. Ik verwacht iets meer van Joods Maatschap-