ten; zorg dat je een vak kiest waarmee je altijd en overal je brood kunt verdienen, want misschien zul je eens moeten vluchten; zorg dat je een muziekinstrument leert bespelen, dan kun je altijd op straat wat geld bij elkaar sprokkelen voor voedsel; zorg dat je niet onmiddellijk traceerbaar bent, oftewel laat je niet registeren, als het even kan.
Die goede raadgevingen hoeven niet alleen te gaan over situaties. Soms betreft het observaties over mensen. Nog een voorbeeld van mijn vader. Hij zei me: als mensen er misdadig uitzien, zijn ze meestal niet misdadig. Als ze van die mooie blauwe ogen hebben en ze lijken zo onschuldig, dan moetje oppassen.
Ook gaf hij een bijna filosofische verhandeling over de moeilijkheid van het juist inschatten van een situatie. ‘Het gevaar komt altijd ergens anders vandaan dan van de kant waarvan je het verwacht. Dacht ik dat het van links kwam, dan kwam het van rechts, en andersom; dacht ik dat het van voren kwam, dan kwam het van achteren, en andersom.’
Met deze voorbeelden wil ik verduidelijken hoe de kinderen van getraumatiseerde ouders langzaam worden gesensibiliseerd voor alle mogelijke situaties die ingewikkeld zijn. In veel joodse gezinnen worden gesprekken gevoerd over de vraag wat het beste land is om naartoe te vluchten. Dat hoeft niet altijd te gaan over vluchten vanwege joodse problemen.
Eenzelfde soort gesprek kan worden gevoerd naar aanleiding van de bouw van kerncentrales en hun gevaren. Er wordt op de kaart gekeken om een plek te vinden zonder kerncentrales. Zou het verstandig zijn om naar Australië te gaan? Nou nee, misschien is het wel niet zo verstandig om naar Australië te gaan. Is het misschien toch beter naar Amerika te gaan? Maar veel gesprekken in joodse gezinnen