gaan wél over de vluchtmogelijkheden in potentieel benarde omstandigheden: wordt het al tijd dat joden in Zuid-Afrika weggaan, of kunnen ze er blijven wonen? Neemt het antisemitisme in land X, Y of Z toe of af? Met andere woorden, in joodse gezinnen wordt regelmatig, met de levenservaring van de ouders in het achterhoofd, gesproken over de situatie op een heel specifieke manier, met als doel het kind voor te bereiden op situaties van gevaar, zodat dit leert de eigen situatie te benaderen vanuit deze optiek en leert wat het moet doen als er gevaar dreigt. Het is deze opvoeding voor een potentieel bedreigd bestaan, het is deze voorbereiding op problematische situaties die vergelijkbaar zijn met wat de ouders hebben meegemaakt (en die zeker zullen komen, daar zijn veel ouders van overtuigd) die zo’n sterke invloed uitoefent op velen van de tweede generatie.
Deze opvoeding voor de volgende oorlog is, meen ik, een van de oorzaken dat de leden van de naoorlogse generatie vaak moeilijk relaties aangaan, hun draai niet kunnen vinden en op zoek zijn naar houvast en veiligheid en soortgelijke zaken. Dat verlangen naar zekerheid en binding brengt velen ertoe zich bezig te houden met de joodse identiteit; iets wat ook bijna onontkoombaar is voor wie beseft dat zijn ouders zijn vervolgd omdat zij joods zijn.
Omgekeerd is het echter niet zo, daar heeft prof. Dasberg gelijk in, dat de problematiek van de joodse identiteit te reduceren zou zijn tot de Sjoa, de Grote Moord op de joden. Met veel anderen ben ik van mening dat de problematiek van de joodse identiteit wordt veroorzaakt door het cul-tuurverval dat de laatste twee eeuwen heeft plaatsgevonden in de joodse wereld. Wat bedoel ik met cultuurverval?
Tot aan de Franse Revolutie leefde iedere jood in een joods universum. Hij groeide op in een joodse omgeving, ging