Had ik maar gezegd: cIk heb gezocht en gevonden, ben weggegaan, heb gezocht, ging weg en werd verlaten, verlaten, verlaten en nu, na alle minnaars en mannen en geliefden, wil ik alleen nog maar de afwas kunnen laten staan.’
My lover has left me
Maar erger, het allerbelangrijkste zei ik niet, omdat ik nog niet wist dat dat het belangrijkste was: ‘Ik heb geen zin meer om te luisteren.’
This morningl make me a necklace oflove and sweet spice
Naar mijn Liefde - degene die ik achterliet toen ik nog niet wist dat dat oplichtertje mijn Liefde was - hoefde ik nooit te luisteren. Als ik dacht: nu moet hij maar weer eens opduiken, stond hij voor mijn deur, sloot me in zijn armen en droeg me naar het bed in de kamer met de dakkapel. Soms kon ik in zijn ogen zien dat hij speelde met de gedachte me aan een bordeel te verkopen, soms vertelde hij me over de schurkenstreken die hij uithaalde om geld te verdienen. Een echt oplichtertje, een kleintje, een lief klein oplichtertje die eruitzag als een Fransman, in Duitsland verdwaald.
My lover has left me
Nee, een relatie wilde hij niet, hij wees op zijn hart en zei: ‘Dort liegt der tote Hund begraben. Zijn vader zat in Zuid-Amerika. Nooit gekend, hij niet, ik niet. Nooit ook aan gedacht, toen, dat die mof een gevluchte nazi kon zijn die door de Zuid-Amerikanen liefdevol was opgevangen. Mijn oplichtertje had een brandschone ziel. Ook deze minnaar fluisterde.
‘Meine kleine Holländerin,’ fluisterde hij.