Zekerheid werd daar geschapen tussen moeder en kind. Zekerheid dat het kind de mensen niet liefhad, en dus ook de moeder niet. Zekerheid dat de moeder door het kind niet werd liefgehad, niet omdat het moeder was, maar mens, als alle andere mensen. Waar was de twijfel? Bij moeder, bij kind?
This morning the heat of my heart frees the moon from my hands
cAls je van een man houdt, heb je er alles voor over.’ Wat heeft een vrouw die niet van mensen houdt over voor een man die voorbijkomt, messias, geliefde, redder van een hart glad van leegte, koud van zwaarte, donker van angst?
My lover has left me
Seks is de dood, zegt de Les uit de Oorlog, zegt de moeder. Maar de hormonen glimlachen en de verliefdheid fluistert slangenwoorden, hoen, ja’, zegt het verlangen naar een man, naar het kind, naar een trouwjurk, naar vrolijkheid, naar leven, het is om het even, hoen, ja, toen was seks de dood geweest, voor de moeder’ - de verliefdheid schudt geruststellend met het hoofd - ‘maar nu...’
This morning the wine of my hips tastes like cherry marengo
Wat heeft een vrouw die niet van mensen houdt over voor een man die voorbijkomt, redder van een koestering?
My lover has left me