kolonisten op de Westelijke Jordaanoever meer inzichtelijk.
Maar op dit punt wil ik terug naar mijn begin, naar de boeken van Imre Kertész en Philip Roth. Want wat is het verlangen van de kolonisten op de Westelijke Jordaanoever naar het aanbreken van de messiaanse tijd, waaraan zij -daar zijn ze ten volle van overtuigd - meewerken, anders dan een normaal bestaan volgens hun normen? Zij zijn meer nog dan anderen gedreven door een verlangen naar een beëindiging van de ballingschap, naar een einde van de vervreemding die ieder menselijk leven in de greep heeft. De hoofdpersoon van Kaddisj voor een niet geboren kind wil koste wat kost overleven omdat hij de keuze wil hebben jood te zijn als anderen hem die keuze ontzeggen. Zelfs als hij na het overleven van de vernietigingskampen in overweging neemt zijn leven te beëindigen, dan nog wil hij met zijn overleven een verklaring afgeven over de waarde van het joodse bestaan.
De keuze die Henri uit The Counterlifevan Philip Roth wil hebben is om zich met machtsmiddelen te verdedigen. Hij wil geen in de hoek gedrukte, bange jood meer zijn - dat is hij niet volgens zijn broer, maar zo ziet hij zichzelf - die aan de normen van de niet-joodse omgeving moet voldoen, hij wil zichzelf zijn, ook als dat betekent dat hij minder aardige trekken vertoont. En ook als de rechten van anderen, Arabieren of Palestijnen, daarbij in het gedrang komen.
Toen ik jong was, was het die zienswijze die me juist als consequentie van een bepaald soort joods nationalisme zo tegen de borst stuitte. Sinds die tijd heb ik me daarvan mijlenver verwijderd, zozeer dat ik een vriend onlangs schokte toen ik stelde dat als Israël een atoombom op zijn kop krijgt, ik hoop dat het atoombommen zal teruggooien en dat het me niet kan schelen als de mensheid in de vernieti-