tijn zwerft is het massa symbool van de joden geworden. (...) het volk ziet zichzelf voordat het zich vestigde en werd verspreid; ze zien zichzelf in hun migratie. In deze staat van op elkaar gepaktheid ontvingen zij hun wet. Als er ooit een massa een doel had, dan toch zij.’
Exodus. Tussen ballingschap en verlossing bevindt zich exodus. Hoe vaak zal in de 1900 jaar tussen de vernietiging van de Tweede Tempel in het jaar 70 en de stichting van de staat Israël in 1948 het begrip ‘exodus’ niet de functie hebben gehad joden moed te geven in een ondraaglijke situatie. De moed om actief een uitweg te zoeken. Dankzij de exodus staat bij iedere jood of jodin tot op de dag van vandaag het spreekwoordelijke koffertje klaar om als het leven wordt bedreigd, de boel op te pakken en weg te trekken. Het kan een echt koffertje zijn, het kan een mentaal koffertje zijn, maar de notie dat er een situatie kan komen dat men op stel en sprong moet vluchten is geen enkele jood vreemd. Bij de Nederlandse joden vóór de oorlog was deze notie weggezakt in het onderbewustzijn, het heeft velen van hen het leven gekost. Na de Sjoa maakt deze notie bij de nu levende joden waar ook ter wereld weer deel uit van het dagelijke bewustzijn.
Deze lezing moet gaan over jodendom en nationalisme. Tot nog toe heeft u daar weinig specifieks over gehoord. Maar wat ik zou willen verdedigen is dat met de Emancipatie van de joden vanaf het einde van de achttiende eeuw, toen zij burgerrechten kregen in de West-Europese landen waar zij woonachtig waren, en met de secularisatie die het gevolg was van de Verlichting, ballingschap, exodus en verlossing hun religieuze connotatie verloren en een seculaire connotatie kregen. En daarmee was het joodse nationalisme in zijn moderne vorm geboren.