aangelegenheden. De messiaanse tijd gaat niet over een individuele beleving van verlossing, maar over de collectieve verlossing van het joodse volk. Vervloeking en verlossing zijn ook nauw verbonden met het land. Van de echte verlossing maakt de terugkeer naar erets Jisraeel deel uit. De messiaanse verlossing manifesteert zich in de inzameling van de ballingen. Vandaar dat er een tweede zeer essentiële vraag gesteld kan worden, een vraag die de gemoederen al sinds het opstaan van de zionistische beweging bezighoudt, namelijk: is de emigratie van joden uit alle delen van de wereld het begin van de messiaanse tijd?
Tussen ballingschap en verlossing bevindt zich exodus. De uittocht. De uittocht uit slavernij, de uittocht uit de diaspora.
In zijn boek Massa en Macht beschrijft Elias Canetti verschillende volkeren als manifestaties van het begrip ‘massa’. Een ‘natie’ is een specifieke vorm van een ‘massa’, die zichzelf op een heel specifieke manier ervaart. En die manier van zelfervaring komt tot uitdrukking in het symbool van de natie. Voor de joden is de ‘exodus’ het specifieke symbool, de specifieke identificerende kracht die hen drijft. Wat heeft de joden bij elkaar gehouden? Canetti antwoordt: de exodus uit Egypte. ‘Laten we de actuele betekenis van deze traditie voor de geest halen: een heel volk, beperkt van aantal, dat is waar, maar desalniettemin een menigte, zwerft veertig jaar door de woestijn. Hun legendarische voorvader is beloofd dat zijn nakomelingen talrijk zullen zijn als het zand aan de stranden van de zee. Nu bestaan zijn nakomelingen en zij zwerven, een volk dat talrijk is als “zand” zwerft door het zand van de woestijn. De zee laat hen passeren, maar sluit zich over hun vijanden. Hun doel is een beloofd land, dat hun zwaarden voor hen zullen veroveren.
Het beeld van de menigte die jaar na jaar door de woes-