feit. Maar daarmee is niet alles gezegd. Hij ziet zijn leven ook als ‘een overlevingsvorm’. Mensen hebben verschillende leefwijzen, maar voor Kertész bestaan er daarnaast vormen van overleven. Leeuwen hebben een leefwijze, maar tegenover de jager van leeuwen zal de leeuw een overle-vingsvorm moeten ontwikkelen. Konijnen hebben een leefwijze, maar tegenover de mensen en dieren die hem als prooi zien, zal het konijn een overlevingsvorm moeten stellen. Kertész noemt uiteraard geen leeuwen of konijnen als voorbeeld van wat een overlevingsvorm is, maar ik begrijp uit zijn tekst dat hij zichzelf begrijpt als iemand die op een andere manier overleeft dan degene die geen jood is. De joodse overlevingsvorm van Kertész is een vorm van overleven die specifiek is voor de jood in de diaspora. Wat Kertész beschrijft is de existentiële positie van een minderheid die zich - bijna tegen beter weten in - wil handhaven tegenover de manier van in het leven staan van de meerderheid, de machtige meerderheid.
Kertész geeft ook aan wat die existentiële positie van de jood in de diaspora inhoudt. Het hele boek is een keiharde, maar poëtische uitwerking van het gedicht van Paul Celan, ‘Tbdesfuge’. In dit gedicht, geschreven door die andere overlever van de vernietigingskampen, komt de zin voor ‘darm habt ihr ein Grab in den Wolken da liegt man nicht eng. Wat is de taak van mijn leven, vraagt de hoofdpersoon van Kaddisj voor een niet geboren kind? ‘Het uitdiepen en voltooien van een graf dat anderen zijn begonnen te delven - in de wolken, in de wind, in het niets.’ Zijn taak, de taak van de hoofdpersoon in Kaddisj voor een niet geboren kind, is te werken aan het voltooien van een rustplaats, een eeuwige rustplaats die niet bepaald is door tijd en ruimte, niet door de tijd en ruimte die heerst op aarde, en evenmin de tijd en ruimte van de eeuwigheid van olam haba, de ko-