OVER JODENDOM EN NATIONALISME
Aan het eind van een werkelijk schitterend boek is Imre Kertész eindelijk in staat te zeggen wat het leven als jood voor hem - althans, voor de hoofdpersoon van zijn boek Kaddisj voor een niet geboren kind - betekent. Hij, de hoofdpersoon, is blijven leven, hij heeft willen overleven omdat hij een bepaalde manier van ‘zijn, van in het leven staan, niet wilde laten uitsterven. Ik citeer: ‘In die jaren doorgrondde ik mijn leven, enerzijds als feit, anderzijds als geestelijke bestaansvorm, of liever gezegd: als overlevingsvorm, een overlevingsvorm die sommige leefwijzen niet overleeft, niet wil overleven, ja waarschijnlijk niet kan overleven, maar die toch een plaatsje opeist onder de zon, die vorm wil krijgen, zoals een hard, rond, glazen voorwerp vorm heeft gekregen. Waarom? Opdat die overlevingsvorm kan voortbestaan, het doet er niet toe waartoe of voor wie -voor iedereen en niemand.’
Ik zal proberen uit te leggen wat Kertész met deze zinsneden bedoelt, want hij heeft de lezer meer dan honderd bladzijden lang meegevoerd totdat hij aan deze uitspraak komt en het is niet gemakkelijk voor u, die deze woorden waarschijnlijk pas voor het eerst hoort, te vatten wat Kertész verstaat onder ‘een geestelijke bestaansvorm’.
Zijn hoofdpersoon leeft, hij heeft de vernietigingskampen overleefd. Dat hij leeft is een feit, een onomstotelijk