gente, volwassen, in de ervaring van het Goddelijke gebaseerde acceptatie probeert te komen. Maar als voorbeeld wijs ik het toch af. Misschien wijs ik het af omdat we in 1994 geconfronteerd worden met een wereld waarvan we nog niet weten of hij weer zo erg zal ontsporen als vijftig, zestig jaar geleden. De ontsporingen zijn al massaal en de Grote Moord is niet meer iets waarvan we met een gerust hart kunnen zeggen dat hij eenmalig was. Zal de geschiedenis zich herhalen of zal zij zich niet herhalen? Twaalf jaar geleden toen Hillesums boeken uitkwamen, was dat geen reële vraag. Nu wel. Toen putte ik er misschien inspiratie uit, dat wil zeggen uit Het verstoorde leven, nu ik zelf zoek naar een antwoord op haat en de actie van lieden die van beroep neo-nazi zijn, maken haar woorden me alleen maar opstandig. Tk zal anderen niet met mijn angsten lastig vallen, ik zal niet verbitterd zijn wanneer anderen niet begrijpen waar het bij ons joden om gaat.’ Uitgever Gaarlandt haalt die woorden van 3 juli 1942 aan in zijn inleiding bij Het verstoorde leven.
Zorg voor de arme, voor de wees en de weduwe, heb de vreemdeling die bij u woont lief, omdat hij anders is, roei uit de moordenaars, de verkrachters van het leven, snoer de spotters de mond die de schoonheid van de Schepping niet zien en stop degenen die als vernielzuchtige kinderen alles breken wat in liefde is gemaakt. Dat is waar het ons joden om gaat. Pas dan, pas als onze moordenaars te sterk blijken, vind ik, is het tijd voor een intelligente, volwassen, door God gesteunde integratie van het lijden in het leven. Ik weet het natuurlijk niet, maar ik denk dat de tachtig jaar oude dame, die over mijn schouder meekijkt, het misschien wel met mij eens zal zijn. Maar gelukkig voor u, weet ik dat niet zeker.