identiek. De gewone dood kan in vele vreselijke vermommingen komen, dat heeft te maken met de gecompliceerdheid van het leven. Door de gecompliceerdheid van het leven zijn vele vreselijke vormen van dood onvermijdelijk. Maar moord is simpel en heeft niets met de gecompliceerdheid van het leven te maken. Moord valt niet te accepteren. Wie de moord accepteert als een vorm van vreselijke dood, zit fout. Ook al heet ze Etty Hillesum.
Ik kan haar dan ook niet geloven als ze zegt: cIk heb op de een of andere manier met dit leven afgerekend (...) ik heb dit leven al zo duizendvoudig geleefd en ben al zo duizendvoudig gestorven dat er niets nieuws meer komen kan.’ Herzberg, de overlevende van Bergen Belsen, heeft het blijkbaar nodig het te geloven. Bij hem voel ik bewondering voor iemand die zijn meerdere is in het accepteren van het lijden. Ik, geboren in een van het begin af aan totaal verstoorde wereld, na de oorlog, heb het nodig die acceptatie van dat lijden af te wijzen. Er is geen zin van dat lijden, en er is geen acceptatie van dat lijden.
Maar misschien ligt het aan mij en niet aan haar dat ik haar niet geloof. Misschien kan ik het alleen maar niet verdragen dat de vrolijke, spitse oude dames van tachtig en de kwieke, gezellige heren van negentig, die ook nog iets te zeggen hebben omdat ze rare, moedige sprongen hebben gemaakt in hun leven, misschien kan ik het alleen maar niet verdragen dat ze er niet zijn omdat anderen vonden dat zij minder waren dan niks.
Natuurlijk is er plaats voor een intelligente, volwassen, door God gevoede acceptatie van het lijden, maar pas als er werkelijk geen ontkomen aan de overweldigers meer is. Daarom ben ik er ook niet tegen dat Hillesum tot zo’n intelli-