een gaskamer aan het eind. Welk een hartvochtigheid bij de schrijver van cIn Memoriam’ om dat te vergeten. Pas na de totale ontreddering, de vernedering, de lichamelijke en psychische kwelling nam zij echt afscheid van het leven, als ze er de tijd voor heeft gehad, voor een afscheid, want voor afscheid heb je tijd nodig.
Herzbergs stuk maakt me kwaad omdat het zo’n treffend staaltje psychologie van het slachtoffer is. Kan men zich de moordenaars niet meer van het lijf houden, probeer dan de menselijkheid en de menselijke waardigheid te bewaren. Tja, overduidelijk. Maar er is ook een stem in mij, en daarin toon ik mij misschien meer dan in iets anders het joodse kind dat na de oorlog is geboren, er is ook een stem in mij die zegt: waarom eigenlijk moeten wij onze menselijkheid en menselijke waardigheid tegenover onze moordenaars behouden? Als wij die menselijkheid zouden moeten afleggen teneinde hén om zeep te helpen, is dat dan uiteindelijk niet beter? Tanach, de bijbel - de joodse - staat vol met aanwijzingen en opdrachten van God om onze tegenstanders uit te roeien. ‘Laat geen man, vrouw of kind in leven, denk erom dat je de hunnen tot en met het laatste schaap ombrengt’. We krijgen zelfs op ons lazer als we dat niet doen. Juist dat soort opdrachten heeft Tanach, het joodse volk én onze God, de Schepper van de wereld, een verdomd slechte naam bezorgd. Een wraakzuchtige en jaloerse God, en wij die de opdracht ‘roei ze uit’ aanhoren en meteen denken aan manieren om daaronder uit te komen. Denk aan Jona. Ik heb weleens gedacht: we hebben God nodig om ons te zeggen: roei je vijanden uit voordat ze het weer op jullie hebben gemunt, omdat we het zelf niet kunnen. Zjirinov-ski, David Irving, de bruine communisten, de fascisten, de neo-nazi’s, Saddam Hoessein, we zouden ze moeten uitroeien, maar kunnen het gewoon niet. De zionisten, de Is