leven is zoals het werkelijk is’, zoals Herzberg impliciet doet, en dat alle andere benaderingen een halfhartige confrontatie waren. Onderduiken was geen vlucht voor het werkelijke leven. Onderduiken, vluchten, leven in vermomming, actief zijn in het verzet - waren dat niet evenzovele pogingen zich uiteen te zetten met het leven zoals het op dat moment werkelijk was?
Hillesum ging naar Westerbork en doolde daar rond als een ‘hemelse engel’ (Herzberg) die lachend en achterblij-venden opwekkend met haar geloof in de schoonheid van het leven (Herzberg), de trein instapte, op weg naar een fatale ontmoeting, de ontmoeting met haar moordenaars.
Waarom schrijft Herzberg zo over een vrouw die is vermoord? En waarom maakt mij dat zo woedend, zo cynisch? Herzberg vindt dat Hillesums leven is vervuld omdat zij, staande voor het schavot, afscheid neemt van de wereld met de woorden: ‘men zou een pleister op vele wonden moeten zijn’. Maar dat is een verdraaiing van de werkelijkheid. Van Anne Frank wordt een - inmiddels gebanaliseerde - heilige gemaakt om de woorden die zij schreef toen zij nog een leuk ogend meisje was. Naar de woorden die zij heeft gesproken toen zij uitgemergeld en ziek in Bergen Belsen lag weg te rotten, wordt niet gevraagd, ze worden niet verkocht, niet vertaald, niet aangehaald, want ze zijn niet opgeschreven. Jezus wordt als heilige, als God vereerd om de woorden van de Goddelijk liefde die hij sprak toen hij nog redelijk ver van de dood was. Dat zijn woorden van gods-verlatenheid, oog in oog met de naderende dood, misschien van groter belang zijn, wordt doorgaans genegeerd. Dat Hillesum die woorden sprak op het schavot is gewoon niet waar. Zij kon denken dat ze wist wat haar te wachten stond, maar daar zat nog een martelende treinreis van dagen, die iedere verbeelding tart, tussen, en er wachtte nog