heeft nu eenmaal gezegd dat je bepaalde dingen niet mag eten, bepaalde dingen niet mag doen, bepaalde dingen juist wel moet doen, en je hebt maar te gehoorzamen, ook al weet niemand waarom de mitswot zijn opgedragen. En, voeg ik eraan toe, Jezus zegt heel expliciet dat hij niet gekomen is om ook maar een komma aan de halacha te veranderen. Dus die gehoorzaamheid is nog steeds geboden.
Antwoord drie: misschien zijn de mitswot allemaal onzin, maar misschien moet u ze, in plaats van ze intellectueel af te wijzen, gewoon eens proberen na te leven en te kijken wat er met u gebeurt. Want identiteit zit niet alleen maar in het hoofd. Nederlanders die emigreren blijven snakken naar dropjes, naar jenever, naar haring, naar hagelslag. Voor Nederlanders zijn beschuit met muisjes en chocoladeletters meer dan beschuit met muisjes en chocoladeletters. Identiteit wordt wel degelijk op een zo basaal niveau verankerd. En zo is het met joden ook. Iedere keer dat ik een niet-kosjer dropje in mijn mond stop, en dat doe ik heel vaak, iedere keer dat ik op Sjabbat de televisie aanzet of in de auto stap, iedere keer dat ik op Sjabbat een envelop openscheur of een ei kook, krijg ik heel even een bewustzijnsschokje: dit is niet goed, ik ben een jodin, ik moet me anders gedragen. En iedere keer dat ik me er wel aan houd, kosjere dropjes eet, of de televisie uit laat, of de post de post laat, levert me dat iets op dat ik niet onder woorden kan brengen. Rust, harmonie, vrede, respect - zoiets.
Ja, zult u zeggen, maar dat komt omdat je dan niet als een klein kind wordt geplaagd door de wroeging die met de overtreding gepaard gaat. Maar zo simpel is het niet. Nee, iedere keer dat ik me niet aan de mitswot houd, ervaar ik dat ik mezelf iets onthoud. Zoals de emigrant die van een bezoekend familielid een fles Bokma krijgt, zich opeens bewust wordt van wat hij mist in zijn nieuwe vaderland, zo is er het permanente bewustzijn van het gemis als ik niet vol-