gens de halacha leef, en de vreugde van de vervulling als ik de joodse Bokma in de ijskast heb weten te zetten.
Waarom dan toch niet helemaal volgens de halacha leven, waarom leef ook ik niet zoals Jezus leefde? Omdat het vreselijk moeilijk is om goed voor mezelf te zijn. Ook ik laat me verleiden door andere góden, die vandaag bijvoorbeeld en gisteravond het WK Voetbal inzetten om me af te houden van de Sjabbat. Maar dat neemt niet weg dat ik er tot in het diepst van mijn ziel van overtuigd ben dat in de Tora de wetten van de schepping, de wetten van een mes-siaanse samenleving gegeven zijn, door de rabbijnen zijn uitgewerkt, door Jezus met verve aan de man zijn gebracht en door zijn evangelisten van fatale kanttekeningen zijn voorzien. Fatale kanttekeningen omdat ze de volgelingen van Jezus volstrekt hebben losgezongen van Jezus en van het joodse volk. In plaats van hen aan te doen sluiten bij het joodse volk, hebben ze een levenswijze gecreëerd die mijlenver verschilt van de joodse. En je kunt nog zo hard roepen dat de christelijke levenswijze ‘joods is naar de geest’, maar of je drinkt samen Bokma en voelt je samen Nederlander, of niet. Uiteindelijk is het misschien wel zo simpel. Je eet dezelfde dingen of niet. Je onthoudt je op dezelfde tijd en op dezelfde manier van arbeid, of niet. Je houdt er dezelfde seksuele mores op na, of niet. Je viert dezelfde feesten, op dezelfde wijze, althans binnen dezelfde parameters, of niet.
‘Geen titel of jota aan de wet veranderen’ betekent, zoals voorvechters van de joods-christelijke dialoog Lou Evers en Hans Rodrigues Pereira zeggen: dat Jezus bij hen, vrome joden, aan tafel zou schuiven, en niet bij u. Ik weet dat nog zo net niet. Wat ik wel weet is dat hij voor mij niet de messias is, maar dat ik wel graag zou willen dat u hem de messias maakt, door de mitswot te volgen. En wat ik dan als bijko