Jezus is dus voor mij iemand wiens hele bestaan bezet is geworden door de manifestatie van het Goddelijke. Maar het kan niet anders of hij moet zich steeds bewust zijn geweest dat het niet betekende dat hij met het Goddelijke gelijk werd. Want zo voelt dat simpelweg niet. En het 'Eli, Eli, lama sabachtanï bewijst voor mij dat Jezus op het moment van sterven niet meer was dan Jezus, de mens die hij was toen hij leefde. Want het Goddelijke gaat door en de mens sterft.
Vóór hem werden er mensen door God in een totaal licht gezet en na hem werden er mensen door God in een totaal licht gezet. Mensen worden soms door het Goddelijke als een glas gebruikt. Als je water of wijn wilt drinken, heb je een glas of een kopje nodig, omdat het anders wegvloeit. In een glas of een kopje kun je het water of de wijn even vasthouden. Zo stroomt het Goddelijke soms even in iets - een mens en wie weet welke dingen en dieren nog meer - om er even iets mee te doen. Even te stralen, even een woord over te brengen, of een gedachte, of een troostend gebaar.
Jezus was zo’n glas, maar het glas brak. De Tora is ook zo’n glas, of beter, het is een handleiding over hoe je glazen maakt, waarin het Goddelijke kan worden opgevangen, door de positieve mitswot, de positieve religieuze plichten, en het is een boek met waarschuwingen hoe je de gemaakte glazen kan breken, door het nalaten van de positieve mitswot of door de negatieve religieuze verplichtingen niet in acht te nemen, dus door onachtzaamheid, of leugen, of ontucht, of bedrog, of stelen, of moorden, of door een verkeerd woord, of door een valse getuigenis, of door incest, of door onrechtvaardigheid, of door gemeenheid, of door lust, of door gebrek aan discipline, of door gierigheid, of door hebzucht, of door macht, of door... De reeks tikken die het glas kunnen breken is oneindig.