niet hoeveel dat nu zou zijn. Het is wel zo dat de arme geprezen wordt die zo lang mogelijk afziet van ontvangen van tsedaka, maar het is beslist geen schande om te ontvangen; de behoeftige heeft recht op tsedaka, het is geen gunst van de gever.
- Joden moeten ook geven aan arme niet-joden, maar ze mogen slechts tsedaka ontvangen van niet-joden als het echt niet anders kan.
- Vrouwen gaan voor mannen; familieleden gaan voor vreemden; de armen van de eigen stad gaan voor de armen van een andere stad; een vreemdeling uit een andere stad zonder geld wordt beschouwd als een arme, ook als hij thuis bezittingen heeft, en hoeft ook niet terug te betalen.
- Men hoeft zijn huisraad niet te verkopen voordat men voor liefdadigheid in aanmerking komt.
Wat mag gegeven worden?
- Tsedaka heeft een maximum, dat ongeveer ligt bij twintig procent van het eigen bezit of inkomen. Tien procent wordt als een minimum beschouwd.
- Het is verboden de gemeenschap in moeilijkheden te brengen door alles weg te geven en zo zelf armlastig te worden.
- De gever moet de behoeften van de arme respecteren, al hoeft hij hem niet te verrijken.
Wat is de beste manier? Er zijn acht niveaus, van meest naar minst gewaardeerd.
ï. Behoeftigheid voorkomen door iemand geld te geven, betaald werk te geven of hem of haar als compagnon op te nemen in een winstgevend bedrijf of zelfs een bedrijf te starten voor de behoeftige.
2. De gever kent de ontvanger niet en de ontvanger kent de gever niet. De eerste kan zich niet verheven voelen en de