is rechtvaardigheid, gerechtigheid. Het komt als zodanig niet in Tanach voor. Het zijn de rabbijnen van de Talmoed die het woord 'tsedaka naar voren halen en die het joodse volk op het hart drukken dat tsedaka, liefdadigheid, een daad is van gerechtigheid, het is een plicht tot gerechtigheid, tot rechtvaardigheid. En daarmee is tsedaka in hun ogen belangrijker dan alle mitswot, alle religieuze plichten, bij elkaar.
Rabbi Eleazar, een van de rabbijnen die in de Talmoed worden geciteerd, bedoelt hetzelfde te zeggen, maar maakt een andere vergelijking. Voor hem is tsedaka qua gewicht net zo belangrijk als alle offers in de Tempel (de offers zijn na de vernietiging van de Tempel vervangen door gebeden). Wat is de essentiële functie van een offer? Dat het het evenwicht in de schepping dat verstoord is geworden, herstelt. Dat is ook wat tsedaka doet, het herstelt in meer of mindere mate het evenwicht tussen mensen dat verstoord is geraakt, een verstoring die veroorzaakt wordt door onrechtvaardigheid of ongerechtigheid, of die in ieder geval als zodanig wordt beschouwd.
Tsedaka, liefdadigheid die gerechtigheid is, is dus een religieuze plicht, niet slechts iets dat mensen kunnen doen of laten. Omdat het een religieuze plicht is, hebben de rabbijnen precies uitgedokterd wie moet geven, wie in aanmerking komt om te ontvangen, wat gegeven mag en moet worden, en wat de beste manier is.
In vogelvlucht:
Wie moet geven?
- Iedereen. Ook de arme moet geven aan een nog armere.
Wie komen in aanmerking om te ontvangen?
- Iemand die minder heeft dan tweehonderd zoez, ik weet