ik hier (in het bordeel, TB) ben. Ik veronderstel dat zo’n kindertijd effect heeft op je persoonlijkheid. Had hij dat niet gedaan, dan zouden de zaken anders gelopen zijn voor mij. Ik kan me niet voorstellen hoe het leven is voor vrouwen die niet zo hebben geleefd als ik. Dat is wat ik prettig vind aan jou (zegt ze tegen de journalist, TB) - jij bent niet van onze wereld, en je vertelt me over jouw wereld.’
Een vrouw in Amsterdam. Een meisje van negen toen, dat vanaf haar vijfde werd misbruikt. Ik weet niet of ze Nederlandse is, of Europese, of van zelfs nog verder weg komt. Maar zelfs als ze van heel ver weg komt, dan nog gebeuren die dingen hier. Ook hier. En wat belangrijker is? Is er iemand anders die in haar plaats vergiffenis zou kunnen schenken aan haar vader? Zelfs als die ander God is, God Zelf?
Is het wel zo’n voordeel om een God der liefde te hebben? Heb je in dergelijke gevallen niet meer aan een God der wrake? Een God die niet verdraagt. Een God die niet tolereert. Heb je in dergelijke gevallen niet meer aan een intolerante, woedende God? Is een God die niet verdraagt, niet meer de God die ik in een imitatio Dei als voorbeeld wil hebben dan een God die alles verdraagt?
De tegenstelling jodendom-christendom is eeuwenlang naar voren gehaald door de verschillende attributen van God naar voren te halen. De barmhartigheid van God, zijn liefde, zijn vergiffenis werd ondergebracht bij het christendom; de wraak, de jaloezie, de strengheid kregen wij. Natuurlijk zijn ook joden driftig in de weer geweest om het odium van strengheid en jaloezie te vervangen door een odium van goedheid en barmhartigheid, genade en tolerantie. God is ook bij ons een entiteit geworden die ‘lang