der woord, iedere opmerking, ieder gebaar, iedere handeling, iedere blik als leermoment bedoelde. Het is ook een kwestie van ‘ik’ die iets oppakt als een boodschap die aan mij is gericht.
Waarom deed ik wat die man zei? Tien jaar na dato, twintig jaar na dato zijn er zinnen, handelingen, observaties, concepten die door blijven werken. Ik had het over de waarheid als vergif, omdat hij ieder systeem breekt, vernietigt. Het doorwerken, het blijvend zijn effect uitoefenen, steeds weer opnieuw, nog een keer en nog een keer en nog een keer, is een ander aspect van waarheid. In een andere recensie, die ik niet meer kan terugvinden, beantwoordde een historicus de vraag wat Grote Geschiedenis, met twee hoofdletters, is, als volgt: grote geschiedenis is geschiedenis die blijft doorwerken, zei hij. Een vraag, een observatie, een opmerking die opvlamt - soms na jaren, steeds in een andere situatie - is een vraag, een observatie, een opmerking die blijkbaar wordt gedreven door waarheid. Murschid kon dat soort vragen, observaties en opmerkingen formuleren; soms was je daarover vreselijk opgelucht, soms had je er ontzettend de pest over in. Maar je eraan onttrekken kon je niet. Dat wilde je ook niet, maar het kon ook niet, tenzij je het gewoon niet oppakte.
Toen het NIWin 1865 werd opgericht, kwam er in de kop van het blad te staan: ‘Om u met de echte leer der waarheid bekend te maken.’ Het ware jodendom dus, niet de nieuwlichterij van het liberale jodendom dat in Duitsland en Elongarije voet aan de grond kreeg. Het ware jodendom. Misschien is het wel de zwakte van het NIW dat het geen hoofdredacteur meer heeft die weet wat het ware jodendom is. Wie in de pluriforme joodse wereld zegt nog iets, vecht nog voor iets dat steeds opnieuw zijn invloed doet gelden? Wie of wat weet langs onze afweermechanismen heen te komen en het zaad van de waarheid te planten?