de goedwillende leden van goedwillende verenigingen, ik wilde ook geen jodin meer zijn. Ik had er schoon genoeg van. Ik wilde niet langer gevangenzitten in een ideologie, in een wereld die meer dan een gedachtewereld is, ik wilde zonder referentiekader leven, gesteund noch gehinderd door een systeem van buitenaf. Een systeem dat ik normaliter helemaal niet als van buitenaf ervaar, integendeel, ik ben jodin en dat zit, bij wijze van spreken, maar misschien niet eens bij wijze van spreken, in mijn genen. Maar op de snelweg naar Amsterdam zat het opeens helemaal niet meer in mijn genen, ik viel gewoon uit het systeem, ik was even echt helemaal niets, geen jodin, maar ook niet iets anders; zomaar een mens, alhoewel dat te plat klinkt en de situatie niet goed beschrijft. Zomaar een mens die nergens bij hoorde, nergens bij wilde horen en - het allerbelangrijkste - ook nergens bij hoefde te horen.
Murschid Faz’l beschreef ooit de waarheid als vergif. De waarheid is als een vergif omdat hij alle systemen openbreekt, afbreekt, hij laat er niets van heel. Misschien is dat ook wel waarom waarheid en religie zo vaak op gespannen voet met elkaar lijken te staan. Waarheid vernietigt een systeem, dus ook de betekenis die in een systeem gevangen en gevat zit en die door het systeem geconcentreerd blijft en niet wegsijpelt. Religie is uit op binding, dus op betekenis, want zonder betekenis geen binding; religie heeft dus systeem nodig; hoe geordender de structuur, hoe sneller de betekenissen zich door het hele systeem kunnen verplaatsen en elkaar beïnvloeden en bevruchten en nieuwe verbindingen met elkaar kunnen aangaan. Loyaliteit, toewijding, zorg, enthousiasme helpen de structuur bouwen en ordenen, waarheid kan de spaak in het wiel zijn van dat proces, want door waarheid kun je schrikken, moet je even stilstaan, opnieuw iets overdenken, een al gelegde verbinding omleggen of afbreken, zoeken hoe je verder moet.