van het NIW weer mee op een steekwagentje en de portier hielp mij inladen en ik gaf hem als enige echte belangstellende ook nog een paar kranten en daarna ging ik naar huis. Ik reed de parkeergarage uit en bezwoer mijzelf - gekoesterd door de onmetelijke vrijheid en autonomie die een auto mij geeft - dat ik absoluut nooit meer een lezing zou geven. Never, ever. Niet meer zo. De confrontatie van tien minuten met mijn gastdame aan het eind van de avond was me net even te veel geworden.
Het geharrewar met haar ging over het versturen van NlWs aan de leden van de vereniging waarvoor ik had gesproken. Dat had eigenlijk zullen gebeuren - zo was de afspraak - voordat ik mijn lezing gaf, maar dat was niet doorgegaan vanwege allerlei complicaties. Nu stelde ik voor het alsnog te doen, maar mijn gastdame stapelde opnieuw complicatie op complicatie en manifesteerde daarbij zo’n intens gebrek aan logica dat ik op een gegeven moment dacht: wegwezen, dit wordt niets.
Wilhelm Reich, een oude, grote, diepe liefde, waarschuwt in DerKrebs (1948) voor mensen met een negatieve uitstraling. Hun energie is zó ziekmakend, stelt de joodse, aanvankelijk communistische psychoanalyticus die werd geboren in het Oostenrijks-Hongaarse rijk, dat je het gevaar loopt net als zij allerlei enge ziektes te krijgen als je de omgang met dit soort personen niet staakt. Wat voor man zou die vrouw hebben? Heeft ze wel een man? Of is die ook gillend weggelopen? Geen wonder dat er geen hond kwam luisteren, met zo’n voorzitster zou ik ook wegblijven. Dat waren de gedachten die door mij heen gingen met betrekking tot mevrouw R En de goede oude Wilhelm Reich, de ideoloog aan wie ik in mijn jonge jaren hartstochtelijk was verslingerd, zou deze mevrouw zeker in de categorie van de ziekmakende types hebben ingedeeld.
Ik dacht nog iets anders; er ging een zinnetje door me