OVER JODEN, SOEFISME EN HET NIW
Een kleine week geleden wilde ik er opeens niet meer bij horen, ik wilde geen jodin meer zijn. Ik reed naar huis na een lezing waaruit ik eigenlijk gillend had moeten weglopen, maar waarvoor ik - in plaats daarvan - een boom aanvaardde die zal worden geplant in een mij onbekend bos in Israël door het door mij met veel ambivalentie gadegeslagen Joods Nationaal Fonds. Ik was - ben - een heel klein beetje verliefd en ik wilde toen - een kleine week geleden -een heel klein beetje naar bed met de mijnheer die mij eraan herinnert dat er oude liefdes waren en nieuwe liefdes zullen zijn: mannen, ideeën, mooie dingen om te zien, prachtige uitspraken om te horen, ontregelende muziek om te ondergaan, uitwisselingen met mensen die van tevoren niet te bedenken zijn. Maar wat ik ook aan geilheid mee het zaaltje in bracht, na tien minuten confrontatie met mijn gastdame wilde ik eigenlijk alleen nog maar dood. Zij riep alsmaar dat de opkomst haar heel erg teleurstelde, en ik riep maar steeds dat het mij allemaal niet deerde en dat het allemaal wel goed zou komen. En dat was ook zo. Het kwam goed. Ik moest praten over het NIW en iedereen vond het heel interessant en de twee uur vlogen om en tijdens de pauze en na de lezing had ik nog leuke gesprekjes met deze en gene en de penningmeester gaf mij ook nog wat geld en daarna nam ik alle meegebrachte exemplaren