cDe dag waarop de vijanden van de joden gehoopt hadden hen te overweldigen, maar die integendeel werd tot een dag waarop de joden zelf hun haters overweldigen konden’ (9:1), Verzamelden zich de joden in hun steden in al de gewesten van koning Achasjverosj om de hand te slaan aan hen die hun onheil zochten, en niemand kon voor hen standhouden, want de schrik voor hen was op alle volkeren gevallen’ (9:2). ‘En de joden richtten onder al hun vijanden met het zwaard een slachting aan en brachten dood en verderf teweeg; zij deden met hun haters naar hun believen’
(9:5).
En dat is wat Baruch Goldstein deed in 1994. Niet met het zwaard bracht hij dood en verderf teweeg, maar met een machinegeweer en granaten.
Gisteren vierde ik Poeriem in sjoel. Het is verplicht voor de mannen om drie keer per week, op maandag, donderdag en Sjabbat een stuk te horen voorlezen uit de Tora> de vijfhoeken Mozes. Vrouwen moeten wel de tonen van de sjofar, de ramshoorn, horen op Rosj Hasjanay joods nieuwjaar, of Jom Kippoer, Grote Verzoendag, maar verder is het enige boek waarvan zij de voorlezing moeten aanhoren, de megillat Esther, de Esther-rol met het Poeriem-verhaal. Als zo belangrijk wordt het blijkbaar gezien, dit bijbelboek, dat zelfs de vrouwen de voorlezing ervan moeten aanhoren.
Vóór de dienst voor de volwassenen is er in onze sjoel een dienst voor de kinderen. Ze zijn verkleed, immers het is carnaval. Het is een van de religieuze opdrachten op Poeriem zó dronken te worden dat je het verschil tussen Haman en Mordechai niet meer weet. Immers, het Poeriem-verhaal is een verhaal van omkering. Het lot wisselt steeds, op alle niveaus. Carnaval dus, de kinderen komen als koningin Es-