nen leven, had ik geen abortus gepleegd. Als Baruch Gold-stein of Jigal Amir de rabbijnen had gevraagd of het goed was wat zij deden, hadden zij niet gemoord. Ik, zij handelden alleen. Althans, zij handelden alleen op het feitelijk moment van de moord. En je kunt van Goldstein en Amir zeggen dat zij handelden met instemming van de groep waartoe zij behoorden, een groep van intens religieuze joden die geleid en onderwezen worden door extremistische rabbijnen. Maar dat neemt niet weg dat zij in ander opzicht toch alleen handelden, want ze wisten dat ze handelden buiten de consensus van het hele joodse volk om, ertegen in.
De wil van God doen - wat dat dan ook mag zijn - kan, mits die wil van God gevangen is in een collectieve objectivering van het handelen. Ook zonder die objectivering zal het bijna altijd goed gaan, maar met objectivering, dat geloof ik oprecht, gaat het slechts af en toe afschuwelijk mis.
Als de normen en waarden onder druk staan, moeten wij onze kinderen de verhalen leren, in het Hebreeuws, Aramees, Grieks, Latijn. Zo krijgen ze het gereedschap aangereikt waarmee ze betekenisvolle associatiestructuren en associatieve betekenisstructuren kunnen bouwen waar ze wat aan hebben. Maar nog meer van belang is dat zij de normatieve consequenties van de tekst leren: wat mag en wat mag niet. Concreet: een slagroomtoetje na drie kwartier mag niet, na een uur mag het wel. Alleen concrete normatieve interpretatie van de huwelijksakte tussen God en mens en een leven daarop gebaseerd waarborgt, misschien, dat de wil van God wordt gevolgd.
Moge de dood van Jitschak Rabin, die een vloek is, door ons worden omgezet in een zegen - door de vrede die hij zocht te verwezenlijken.