Tot nog toe heb ik het alleen gehad over destructief handelen: abortus, moord. En in Godsnaam, begrijp me goed, ik zeg niet dat abortus moord is. De heer Dorenbos van de stichting Schreeuw om Leven vind ik een afschuwelijke schreeuwlelijk. Dus ik vind abortus vaak vreselijk en ik vind moord bijna altijd afschuwelijk, maar dat maakt niet dat ze tot dezelfde categorie horen. Maar dit terzijde. Ik heb het dus alleen gehad over destructief handelen, maar misbruiken wij het begrip cde wil van God’ niet net zo goed als het gaat om constructief handelen? Misschien valt het dan alleen niet zo op dat het feitelijk om misbruik gaat.
Misschien helpt de Schrift mensen een weg te vinden in het leven door een associatieve affectie op te bouwen met de bijbelse figuren en zo voor een psychotransformatief effect te zorgen. En dat kan positief uitvallen, als je meer over jezelf begrijpt en daardoor adequater leeft - moreel, emotioneel -, maar het kan ook afschuwelijk uitpakken, bijvoorbeeld als je de conclusie trekt dat je moet doden, zoals Goldstein en Amir.
Het is echter maar de vraag of het jodendom zo geïnteresseerd is in inspiratie of begrip. In het jodendom speelt het psychotransformatieve effect waarschijnlijk een ondergeschikte rol. Jodendom is een contractuele godsdienst. God en het joodse volk hebben iets op papier gezet over hun verhouding. Ze hebben een uiterst gedetailleerde huwelijksakte opgesteld, met paragraaf na paragraaf en een ontelbare hoeveelheid kleine lettertjes met nadere bepalingen wie wat moet doen en wie wat moet nalaten. God, de Alomtegenwoordige, heeft zich in zichzelf teruggetrokken, aldus het mystiek-joodse concept van de tzimtzoem (terugtrekking), teneinde in de ruimte die zo vrijkomt de schepping de ruimte te geven. Zonder zijn terugtrekking in zich