erwten, met tuinbonen, noem maar op. Er waren dagen dat de niet-joden feest hadden. Pasen, Pinksteren. . . Als deze niet op dezelfde dag vielen als onze jom touwen was de groente duurder, want ja ,,de gojem hebben chogge” Dan kwamen er weinig boeren met hun groente naar de markt. Op de Marnixstraat en de Elandsgracht had je een soort kleine grossiertjes. Die hadden daar een pakhuis: Kaatje Hes, Leen-tje Ossendrijver, Sjakie Bosboom . . . Sjakie Bosboom deed in aardappelen. Het waren joodse grossiers. Je moet elke reminiscentie aan groothandelsgebouwen vergeten. Alles was even kleinschalig. Mijn ouders gingen ’s ochtends vroeg naar de markt. Daar kochten ze dan een beetje handel. Voor een paar gulden. Hun handelsgeld was heel veel: wel tien gulden. En dat was dan nog geleend. Ze moesten per week twee kwartjes afbetalen, maar er werd nog wel eens een week overgeslagen, omdat ze die twee kwartjes niet hadden. Ze hadden dus een tientje. Daar werd dan nog eens een tientje of twintig gulden bij geborgd bij de verschillende vaste grossiers, zodat ze misschien voor dertig gulden schoure bij elkaar hadden.
Mijn moeder heeft als jong meisje haar moeder geholpen in de winkel. De klant was toen met recht koning. Zo hadden ze een goede klant, die op de Nieuwe Herengracht woonde. Die klant zei tegen mijn grootmoeder: „Wouri, mijn dienstbode kan het vloerkleden kloppen niet meer alleen af-vloerkleden werden geklopt buiten de deur - ik had heel graag dat jouw Jansie haar een of twee keer per week komt helpen bij het kleedjes kloppen.” Om te voorkomen dat een goede klant weg zou lopen en misschien bij Mouwes zou gaan of bij Flessedrager, moest mijn moeder als kind, ze zal misschien een jaar of twaalf zijn geweest, een of twee keer per week, ’s morgens voor achten, want je mocht maar tot een bepaalde tijd kleden kloppen, later is dat veranderd tot tien uur, meehelpen kleden kloppen. Dat was de service van de zaak. Daar kreeg ze niets voor. Wat er verdiend werd was sowieso lachwekkend.
Er waren mensen die zeiden: ,,Van tuinbonen doppen krijg ik zwarte handen.” Dus werden tuinbonen gedopt verkocht. Je kan tegenwoordig nog wel gedopte tuinbonen krijgen, maar